Op
enkele meters ten oosten van de Porta Maggiore, de grootste poort in de
verdedigingsmuur die keizer Aurelianus in 271 na Chr. liet aanleggen,
staat een buitenissig monument. Vanwege zijn massieve, enigszins
potsierlijke vormgeving zou het niet misstaan in EUR,
maar het bouwwerk is al veel ouder: het blijkt de graftombe te zijn van
ene Eurysaces, uit de eerste eeuw voor Christus. Wie was die Eurysaces
dan wel, dat hij na zijn dood zo'n riant optrekje heeft gekregen?
In feite was Marcus Vergilius Eurysaces slechts een bakker, eigenaar
van enkele bakkerijen. Men vermoedt dat deze antieke Bakker Bart een
vrijgelaten slaaf was (dat zou ook zijn van oorsprong Griekse naam
verklaren) die uiteindelijk met enig succes een bakkerij begonnen is.
Daarna heeft hij al zijn geld bij elkaar gelegd voor de bouw van een
onsterfelijk belachelijke tombe voor zijn vrouw en voor hemzelf, in de
vorm van een grote bakkersoven. Op de zijkanten ervan stonden allerlei
verwijzingen naar de edele kunst van het broodbakken; dat is nog steeds
te zien in de met reliëfs bedekte fries bovenaan de tombe.
Het mag verwonderlijk lijken dat de tombe van een onbeduidend bakkertje
20 eeuwen lang overeind heeft kunnen blijven staan.
De reden hiervoor is dat de Aureliaanse muur eroverheen gebouwd is;
door bestaande, verder nutteloze, bouwwerken te verwerken in de Muur
kon men zich de kosten van een heleboel bakstenen besparen. Hetzelfde
is bijvoorbeeld gebeurd met de
Pyramide van Gaius Cestius. Bedekt door de muur is de tombe
van Eurysaces dus vrij goed bewaard gebleven.
In het Museo della Civiltà Romana in EUR staat een maquette van de
tombe.