Vlak bij het Stazione Termini ligt de grootste Maria-kerk van Rome, de
Santa
Maria Maggiore. Het is één van de vier grote
basilieken
van Rome (de andere zijn de
Sint-Pieter, de Sint-Paul buiten de Muren en de San Giovanni in Laterano).
De Santa Maria Maggiore ligt bovenop de top van de Esquilijn, en dat is
geen toeval...
Het verhaal begint bij een zekere Johannes, een rijk man uit de vierde
eeuw na Christus. Omdat hij geen kinderen had, vroeg hij zich af hoe
hij zijn geld nuttig zou kunnen inzetten voor de maatschappij.
In de nacht van 4 op 5 augustus van het jaar 325 kreeg hij een visioen:
de maagd Maria verscheen hem en vertelde hem dat hij een kerk moest
bouwen op díe plek in Rome waar de volgende dag sneeuw zou
liggen.
Je hoeft geen meteoroloog te zijn om te begrijpen dat sneeuw in
augustus vrij ongebruikelijk is in Rome. Johannes hechtte derhalve maar
weinig waarde aan zijn droom en weet het maar aan de alcohol van de
avond ervoor.
Wie schetst echter Johannes' verbazing, als hij de volgende ochtend
wèl een flink pak sneeuw op de top van de Esquilijn ziet
liggen?
Het wonderlijke bericht verspreidt zich razendsnel door Rome, en al
snel komen velen de sneeuw met eigen ogen aanschouwen.
Ook paus Liberius komt een kijkje nemen. Hij vertelt dat de sneeuwval
hem al in een visioen is voorspeld; het blijkt dat hij exact dezelfde
droom gehad heeft als Giovanni! Tja, als dat nog geen goddelijk teken
is...
In de sneeuw maken Giovanni en paus Liberius de eerste plannen voor
de bouw. Met zijn staf tekent de paus alvast de plaats waar het
fundament moest komen.
Het moment dat Liberius zijn stok in de sneeuw zet is vastgelegd in een
grote mozaïek in de Santa Maria Maggiore, die nog steeds te
zien
is (links van het altaar).
Vanwege de ontstaansgeschiedenis noemen de Romeinen deze basiliek ook
wel de Santa Maria della Neve (Heilige Maria van de Sneeuw). Nog steeds
wordt elk jaar op 5 augustus de bijzondere sneeuwval herdacht: men
gooit dan vanuit de koepel van de Capella Paolina witte bloemen de
basiliek in.
Verder zijn er nog wat kleine wetenswaardigheden over de Santa Maria
Maggiore, die ik U niet wil onthouden. Zo is het de moeite waard om
goed omhoog te kijken naar het schitterende plafond. Wellicht is het
aardig om te weten dat het plafond ingelegd is met het eerste goud dat
Columbus meebracht vanuit Amerika.
Naast het altaar vindt U het familiegraf van Bernini; onder andere
Gianlorenzo Bernini, die zo veel heeft gedaan om Rome het huidige
aanzien te geven, ligt hier.
Aan de rechterkant van de kerk ligt een kapel met de tombe voor Sixtus
V. Deze paus was een fanatieke kerel: in zijn vijfjarige pausschap
heeft hij maar liefst vijf fonteinen laten maken, vijf bruggen en vijf
obelisken.
Hij was vooral berucht vanwege zijn strengheid. Zo liet hij de handen
afhakken van dieven, en van mensen die iets wat ze op straat gevonden
hadden niet teruggaven aan de rechtmatige eigenaar. Het verhaal gaat
dat er jarenlang allerlei spullen op straat bleven liggen, omdat
niemand meer iets durfde op te ruimen.
Het volgende verhaal is illustratief. In Rome ging het gerucht dat even
buiten de stad een houten Christusbeeld was gaan huilen. Direct trok
het de aandacht van vele nieuwsgierige mensen, die allemaal een kleine
entree moesten betalen aan de eigenaar van het beeld.
Het nieuws kwam paus Sixtus V ter ore, en hij ging eens een kijkje
nemen. Nadat het wonderbaarlijke beeld hem was getoond, vroeg hij om
een bijl en onder de gevleugelde woorden "Als Christus adoreer ik je,
maar als houten beeld hak ik je kapot" sloeg hij het beeld in
honderdduizend stukjes.
Binnenin het beeld bleek een spons gezeten te hebben, gevuld met
runderbloed. De eigenaar ervan werd opgepakt en in Rome terechtgesteld.
De volgende hiervan afgeleide spreuk is in Rome inmiddels een bekende
zegswijze:
"Papa Sisto, nu' la perdonò nemmanco a Cristo"
(Paus Sixtus, die vergaf zelfs Christus niet)
Dit
is eigenlijk een regel uit een gedicht van Giuseppe Gioacchino
Belli (1791-1863) in Romeins dialect, dat in zijn geheel zo luidde:
Sisto Quinto
Fra ttutti quelli c'hanno avuto er posto
De vicaj de Dio, nun z'è mai visto
Un papa rugantino, un papa tosto,
Un papa matto uguale a Ppapa Sisto.
E nun zolo è da dì che dassi er pisto
A chiunqu'omo che j'annava accosto,
Ma nu la perdunò neppur'a Cristo,
E nemmanco lo roppe d'anniscosto.
Aringrazziam'Iddio c'adesso er guasto
Nun po' ssuccede ppiù che vienghi un fusto
D'arimette la Chiesa in quel'incrasto.
Perché nun ce po' èsse tanto presto
Un altro papa che je piji er gusto
De mèttese pe nome Sisto Sesto.
De vertaling luidt ongeveer zo:
Van al degenen die de plaats hebben gehad
Van vicaris van God, is er nooit
zo'n harde paus, zo'n taaie paus,
zo'n gekke paus geweest als paus Sixtus
En niet alleen richtte hij zijn pistool
Op iedere mens die in de buurt kwam,
Maar hij vergaf zelfs Christus niet,
En hij sloeg hem en plein public in elkaar.
Laten we God dankbaar zijn dat hij nu kapot is
Het kan niet zo zijn dat er nog eens een man komt
Die de kerk zodanig in het nauw brengt.
Want er zal wel niet zo snel meer een paus zijn
Die het een goed idee lijkt om
De naam aan te nemen van Sixtus de Zesde.
(Inderdaad is er tot op heden, meer dan 400 jaar na de dood van Sixtus V, nog geen paus Sixtus VI geweest...)