De
San Pietro in Vincoli is een klein kerkje bovenop de Colle Oppio. Het
is er meestal een drukte van belang; is het al niet vanwege de
studenten uit de nabijgelegen dépendance van de universiteit
"La
Sapienza", dan wel vanwege de bussenvol toeristen die maar
één beeld komen bekijken: de Mozes van
Michelangelo. En
dat is niet ten onrechte.
Met die Mozes is namelijk wel iets aardigs aan de hand. Hij is ooit
gemaakt door Michelangelo, en moest onderdeel worden van een
grootschalig grafmonument voor paus Julius II. Hierover hadden
Michelangelo en Julius II, die een grote interesse had voor kunst, al
vaak gesproken en hun plannen werden steeds fantastischer: uiteindelijk
zouden maar liefst veertig beelden van Michelangelo de tombe gaan
sieren, die onder de koepel van de Sint-Pieter zou worden geplaatst.
Het liep allemaal anders: Julius verzette op een gegeven moment zijn
zinnen naar de bouw van de
Sint-Pieter,
en droeg Michelangelo op om de Sixtijnse Kapel te beschilderen. De
kunstenaar voldeed aan het verzoek, met tegenzin, en de bouw van de
tombe raakte in het slop. Uiteindelijk werd het plan in 1540, 25 jaar
na Julius' dood, definitief afgeblazen.
Michelangelo schijnt het de grootste teleurstelling van zijn leven
genoemd te hebben.
Een van de weinige beelden van de tombe die ook daadwerkelijk voltooid
zijn, is nu de Mozes, die een plekje gevonden heeft in de San Pietro in
Vincoli.
Michelangelo was zelf nogal tevreden met zijn creatie, en niet ten
onrechte: dat het helemaal niet vanzelfsprekend is om een
geloofwaardige Mozes te maken, wordt elders
in Rome bewezen...
Het verhaal gaat dat Michelangelo zijn Mozes zo veel op een echte mens
vond lijken dat hij uitgeroepen heeft: "Zeg dan toch eens wat!"
Uiteindelijk antwoordde het beeld natuurlijk niet, wat Michelangelo
ertoe bracht om uit woede een bijl tegen Mozes' knie te slaan. Of het
verhaal nu waar is of niet, er zit inderdaad een flinke snee in Mozes'
rechterknie, een soort litteken.
Wie er oog voor heeft, kan in de Mozes ook een zelfportretje van
Michelangelo vinden. Daartoe moet men naar een stukje van de baard
kijken, net onder de mond op zo'n 10 centimeter onder de neus. De pluk
haar is zodanig gemodelleerd dat het inderdaad zou kunnen doorgaan voor
een gezichtje, blijkbaar dus van de Meester zelve.