San Giovanni in Laterano, één van de vier grote
basilieken van
Rome samen met de Sint-Pieter,
de Santa Maria Maggiore
en de Sint-Paul buiten de muren, wordt op de gevel aangeduid als "Mater
et caput ecclesiarum" oftewel "Moeder en hoofd der kerken".
Dit lijkt misschien nogal pretentieus, maar eigenlijk is dit statement
volkomen terecht: de San Giovanni is nog steeds de kathedraal
(hoofdkerk) van het bisdom Rome, en dat is weer het bisdom van de paus;
in die zin is de San Giovanni dus belangrijker dan de Sint-Pieter.
In het verleden hebben bovendien vele pausen in het naast de San
Giovanni gelegen Lateranenpaleis gewoond.
Eén van deze pausen was Martinus V. Door historici wordt
Martinus V gezien als een belangrijke paus. Hij is er in grote mate
voor verantwoordelijk geweest dat het kerkelijke schisma in West-Europa
(er waren twee pausen tegelijk, één in Rome en
één in Avignon) opgelost werd. Hij vestigde zich
direct
na zijn aanstelling in 1417 in Rome, en daar is de pauselijke zetel
sindsdien niet meer weggeweest.
Daarnaast heeft Martinus V als paus gezorgd voor de opening van de
eerste katholieke universiteit ter wereld, in 1425: de Katholieke
Universiteit Leuven (België).
Toen Martinus in 1431 ernstig ziek werd, vroegen enkele kardinalen aan
hem waar hij na zijn dood begraven wenste te worden. Hij antwoordde:
"Wanneer ik dood ben, leg mij dan op een kar en span er vier runderen
voor. Laat die runderen los, en laat ze maar rennen. Daar waar ze halt
houden, daar wil ik begraven worden."
Na zijn dood werd zijn verzoek ingewilligd. De runderen begonnen te
rennen en te rennen; ze renden linea recta naar de San Giovanni in
Laterano. Zonder vaart te minderen gingen ze richting de grote deuren
van de basiliek, die zich vervolgens openden - zonder dat er iemand in
de buurt stond! Nog wonderlijker was dat de klokken uit zichzelf gingen
luiden.
De runderen minderden pas vaart bij het altaar, alwaar ze eerbiedig
door de knieën gingen. De plek waar de kar tot stilstand kwam,
daar werd Martinus V begraven.
Op die plek is het graf van Martinus V nog steeds te zien; het ligt
onderaan de trap die voor het altaar naar beneden voert.
Tegenwoordig is het gebruikelijk om de tombe van Martinus als een soort
wensput te gebruiken. Dat verklaart de grote hoeveelheid muntjes die
altijd voor zijn graf liggen.